De Onderneming


Moet nog gebouwd worden.

De Molen de Onderneming

Houtzaagmolen De Onderneming

Type:
Houtzaagmolen – zeskante bovenkruier.
Lokatie:
Molenplein
Vernoeming naar de molen:
Het Molenerf, werd zo genoemd ten tijde dat de molen op deze plek stond, deze lokatie wordt sinds de afbraak van de molen het Molenplein genoemd.
Periode:
1832-1863
Eigenaren:
Leendert den Berger (houtkoopman).
Geschiedenis:
Met het graven van het Helders Kanaal in 1828 werd de belangrijkste waterweg binnen de gemeente grenzen aangelegd. Hiermee kreeg het westelijk deel van de gemeente verbinding met de Binnenhaven, met de haven het Nieuwediep en met het Noord-Hollandskanaal. Vanaf de jaren 1830 concentreerde de ontwikkeling en uitbreiding van Den Helder zich langs het Helders Kanaal. Het zal de handelsgeest van de Texelaar Leendert den Berger zijn geweest om in die periode aan het Helders Kanaal op een strategisch punt een houtzaagmolen te bouwen. Den Berger kocht deze molen voor f 1840,- (gulden), met de daarbij behorende gereedschappen, uit de nalatenschap van Cornelis Eecen, grondlegger van een geslacht van houtkopers en houthandelaren, (de latere houthandel Eecen te Oudkarspel). Cornelis Eecen (1761 - 1831) bezat een aantal houtzaagmolens waaronder De Dankbaarheid te Schagen.

Op 13 en 22 februari 1832 werd in de herberg Het huis te Brederode te Oudkarspel door notaris De Moraaz geveild: ‘Een houtzaagmolen het laatste genaamd geweest de Dankbaarheid, zijnde een bovenkruijer getekend nr. 126.. staande en gelegen onder en even buiten de kom der gemeente Schagen aan het einde van de Loet..’, koper werd Leendert den Berger.

Den Berger liet de houtzaagmolen afbreken om hem in Den Helder te herbouwen onder de nieuwe naam De Onderneming. Zo ongeveer op de plek waar nu het Studiehuis staat aan het Molenplein. De molen zaagde niet alleen hout voor de plaatselijke aannemers maar werkte ook als loonzagerij voor de Rijkswerf en de Koninklijke Marine. Daarbij had Den Berger toestemming van burgemeester Jan in 't Velt om de aangrenzende bocht in de Molengracht te gebruiken als balkenhaven. Na het overlijden van Leendert den Berger op 9 mei 1862 verkochten zijn beide dochters als erfgenamen de molen inclusief knechtswoningen, houtloods en houtvoorraad. De molen werd verkocht aan Jan Spaans te Barsingerhorn en in 1863 afgebroken en nog datzelfde jaar in Barsingerhorn op een perceel weidegrond in de Hooglandse polder herbouwd. De gemeente kocht in 1863 het vrijgekomen molenerf voor f 8000,- (gulden). Het hout ging naar de Rijkswerf en nog datzelfde jaar werd het voormalig molenterrein door de gemeente opgehoogd en in gebruik genomen als gemeente erf voor de opslag van materialen. In 1865 werd de balkenhaven gedempt en de houten omheining afgebroken. De vrijgekomen plek werd eigendom van de gemeente en werd openbaar terrein, deze lokatie werd vanaf die periode het Molenplein genoemd

Op woensdag 30 juli 1873 brak er brand uit in de houtzaagmolen te Barsingerhorn, oververhitting van de houten bovenas was de vermoedelijke oorzaak. De brand verwoeste de molen met een voorraad hout en een gedeelte van de schuur. De nabijgelegen arbeiderswoningen bleven gespaard. Er deden zich geen persoonlijke ongelukken voor.
Bron Molenstichting den Helder




Printerversie